Oneindigheid is een fascinerend begrip. Wij mensen fantaseren er op verschillende manieren al eeuwen over, bijvoorbeeld in de wiskunde en astronomie. Maar ook zien we het als het paradijs, in de hemel hebben we het oneindige leven; tegenover het eindige leven hier op aarde.
Rond het jaar 1900 probeerden veel wiskundigen te ontrafelen hoeveel oneindigheid nu is. Nul is niets, geen fiets; één fiets, twee fietsen, drie fietsen is overzichtelijk te tellen; maar hoeveel is oneindig veel fietsen. En nog interessanter, hoeveel fietsen zijn oneindig veel fietsen, plús een fiets?
Een mooi voorbeeld hiervan is het fictieve Hotel Hilbert van de Duitse wiskundige David Hilbert. Dit is een hotel met een oneindig aantal kamers, er is dus altijd plek voor nieuwe gasten.
Hoe zorg je ervoor dat er twintig gasten extra in het hotel kunnen overnachten? Of een bus met een oneindig aantal passagiers. En nog interessanter: een oneindig aantal bussen met oneindig veel passagiers…
De zee bezit een ander soort oneindigheid. Als je vanaf het strand de zee op kijkt, lijkt hij geen einde te hebben. Hij loopt door tot de horizon, maar als je de andere kant op kijkt wordt de horizon al snel verborgen door de duinen.
Als je op een boot op zee bent is het uitzicht nog weidser: overal om je heen gaat de zee tot aan de horizon. Dag na dag lijkt de zee zich verder voor ons uit te breiden. Na een paar dagen heb je geen idee meer hoeveel water je gepasseerd bent en hoeveel je nog gaat passeren.
Voor mij was er nog iets dat de oneindigheid duidelijker naar voren bracht. Zodra het land uit zicht was en de golven de boot op en neer en naar links en rechts zwiepten, werd ik overvallen door zeeziekte. De dagen op zee kon ik alleen liggend doorbrengen.
Op zee ben je aan de goden overgeleverd, de enige tekens van mensheid op aarde zijn jouw medepassagiers. Je ziet geen enkele andere boot, er is geen communicatiemogelijkheid en er is al helemaal geen ziekenhuis.
Deze oneindig lijkende periode was dus zeker geen paradijs. Ieder moment denk je juist aan het land. Dat kleine, eindige, stuk op deze aarde. Zeventig procent van de aarde is immers water.
Maar aan het einde van de tunnel gloorde licht! Na de oversteek kwam de zeilboot aan op het paradijselijkste stukje op deze aarde: het eiland Fernando de Noronha. Ongeveer 400 kilometer van het Braziliaanse vasteland. Dolfijnen, witte stranden, prachtige natuur en melk drinken uit een kokosnoot.
Eindelijk op land voelde ik mij als een vis in het water!


Mooi blog Tos en Hilde! Lijkt me heerlijk om eens met jullie te praten als jullie terug zijn!
An interesting thing about infinity is that anything multiplied by infinity equals infinity. The numbers 1 or 2 or 6 billion are all finite numbers, but when multiply by infinity they become infinite. What is eternity? It’s time multiplied by infinity. And life multiplied by infinity is eternal life. God is eternal, and He created us to exist in eternity. Now, can we apply conditions to eternity? In your story you described loneliness, isolation, sickness and misery that seemed unending to you on the sea. It’s frightening to think of those conditions being applied to infinity not only in time but in intensity. That would be hell. The contrast you create in your note is beautiful. You compare those conditions on the sea with the beauty and peace and health you felt on the island. Multiply those conditions on the island by infinity and you have heaven. In the bible, in John 3:16-18 it says this: “For God so loved the world that he gave his only Son, so that everyone who believes in him may not perish but may have eternal life.
Indeed, God did not send the Son into the world to condemn the world, but in order that the world might be saved through him. Those who believe in him are not condemned; but those who do not believe are condemned already, because they have not believed in the name of the only Son of God.”
Love is all, believer or non, condemned or not.
Arme Tos, blij dat je weer billenblaren mag gaan maken!