Nog thuis…
vroeg ik me af in hoeverre we onderweg kunnen zijn zonder op weg te zijn naar een bestemming. Vaak vinden we de reis een lastige bijkomstigheid, in het geval we van thuis naar werk moeten bijvoorbeeld. Hoe kom je zo snel mogelijk van A naar B? Meestal neem je een route, om zeker te zijn. Met de TomTom is van A naar B in een korte berekening 13.34min, waarvan 2.7min filerijden. Precies die tijd calculeer je in, dus geen tijd om even ergens te stoppen, gewoon omdat het kan? En op de fiets helemaal. Een rupsje van je stuur in het gras zetten, zien hoe het landschap veranderd en hoe anders het fietsen van een zandweggetje voelt dan een grindpaadje waarbij je de steentjes hoort knisperen onder je wielen?
Dag #2: Belgische grens net over. Geen Nederlandse krant of het nieuws op een andere manier bij de hand, maar hier ook geen behoefte meer aan. De afgelopen weken stond NOS dossier Arabische lente continu open, nu is de wereldproblematiek voor mij datgene wat zich in mijn gezichtsveld bevind. De oevers van het Netekanaal die glanzen van de olie in de zon, de afvalzakken die gedumpt worden langs kleine bospaadjes of dat ene rode kinderlaarsje in een afgelegen berm.
Dag #4: Denken op een lager pitje. Het landschap begint te glooien en we zijn pas net onderweg. Alle energie gaat naar de fysieke inspanning.
Dag #8: Franse fietspaden. OF de gemeente heeft de plicht een jaarlijks budget op te maken aan fietspaden zonder te bekijken waar ze handig zijn OF Fransen fietsen gewoon daar waar fietspaden zijn en komen met een klein rondje weer in eigen dorp uit. Je hebt dan toch net het gevoel een tourtocht te hebben gemaakt.
Dag #9: En ineens heb je 700km gefietst. 700! Elke dag noteren we het aantal kilometers, daar waar we slapen, wat we eten en welke benoemenswaardige plaatsjes we passeren. De eerste etappe: die naar Tours, zit er bijna op. Wanneer ik moe opsta en mijn knie (mijn linkerknie zeurt!) flink voel, dan lijkt deze eerste van de drie delen tot Santiago eeuwig te duren (zoals die van Saint Jaques, ofwel Jacobus de Meerdere, destijds waarschijnlijk). Maar schijnt de zon en fietsen we langs velden vol bloeiende klaprozen dan lijkt alles vanzelf te gaan!
Dag #10: Refererend aan het tweede blogje; mijn plantje heb ik gevonden. De Klaproos. Tos blijft zich afvragen hoe ik bij elk veld vol of individueel exemplaar langs de weg opnieuw mijn bewondering moet uiten, terwijl dit verschijnsel zich toch zo’n 2000 keer per dag voordoet. Vroeger vertelde mijn moeder eens dat ik die niet mocht plukken. Misschien heb ik het erbij verzonnen, maar ik geloof dat ze erbij zei dat ze beschermd waren. Of het waar was wist ik toen niet, maar dit kon op mij als jonge natuuractiviste gemakkelijk indruk maken. Ik plukte ze niet (meer).
Wanneer je dit toch doet, stout als je dan bent, vallen ook meteen al die prachtig rode vleugels eraf. Deze bloemen zijn in het wild het mooist rood, steken af bij al het andere en gaan altijd hun eigen gang. Zelfs na jaren onder de grond blijven ze hun kiemkracht houden, waardoor ze ineens weer kunnen opduiken: een echte pioniersplant.




Hilde – Hieperdepiep Hoera –
Gefeliciteerd met je verjaardag. Waarschijnlijk zijn jullie onderweg, maar vandaag mag je iets eerder stoppen met fietsen. Voor die tijd lekker genieten van wat er op je weg komt…. Groetjes.
Mooi! Fijn weer wat te lezen: Alvast een fijne verjaardag – Elke klaproos wappert morgen speciaal voor jou!
Wauw! Wat een avontuur..!!
Geniet ervan samen en laat weten hoe het is.
-x-